Angst

 In de vlammetjes van het kaarslicht <– Naar deel 16 van het Spiegel verhaal

Angst

Hij draait Zijn hand in mijn haar en duwt hem nog verder. In mijn hoofd ontstaat lichte paniek. Maar ik laat Meneer doorgaan. Met een rustige, kalme beweging neemt Hij bezit van me. Om Hem te zien en te horen genieten, en Hem te mogen proeven maakt me nog geiler dan ik al was. Maar naast dat gevoel groeit mijn paniek. Beelden schieten door mijn hoofd. Beelden die ik met man en macht probeer te verdringen. Ik wil zo graag Meneer plezieren. Mijn paniek moet daar plaats voor maken. Ik wil dat meisje zijn waar Hij trots op is, waar Hij van houdt. En niet dat meisje wat weer ergens een probleem mee heeft. Er zijn al problemen genoeg, wil er niet nog meer veroorzaken. En dus laat ik Meneer doorgaan en probeer mijn eigen geilheid de paniek te laten verdrijven. En dat lukt voor eventjes. Ik zuig Meneer Zijn heerlijke warme pik naar binnen. Mijn tong kronkelt er omheen. En dan wanneer Hij bijna komt, grijpt Hij me nog steviger in mijn haar en stoot nog dieper mijn mond in. Waarna ik beloond wordt met Zijn witte heerlijke goud. Maar dat fijne moment kan ik niet pakken zoals ik graag zou willen. Mijn tranen lopen. De tranen die ik niet wilde laten zien. Snel veeg ik ze weg. Maar Meneer heeft ze al opgemerkt. De hand die eerder heel stevig, en vol van lust, in mijn haar zat, maakte plaats voor een andere emotie.

 

“Wat is er meisje? Wat gebeurd er in jou? Zou je dat met me kunnen delen?”

 

Ik draaide mijn hoofd weg. En keek naar beneden. 

 

“Meneer liever niet. Ik kan het niet delen. Dan raak ik U kwijt. En als er iets is wat ik absoluut niet wil is dat het. Ik ben zoveel van U gaan houden. En dit zal dat kapot gaan maken.”

 

Meneer kwam naast me zitten op de grond en hield me stevig vast.

 

“Toch wil ik heel graag dat je het met me gaat delen meisje. Ik heb je beloofd dat ik je zou helpen met alles. En dat is dus ook hiermee. Probeer de angst opzij te zetten. Neem me in vertrouwen ondanks die angst. Ik vertrouw jou en geloof nooit dat dit ons uit elkaar zou drijven.”

 

Hij trekt een deken van het bed en slaat die om ons heen. 

 

“Meisje, alsjeblieft deel het met me.”

 

En weer zit ik daar huilend. Wanneer stopt die angst en het verdriet. Wanneer mag ik die boosheid en groeiende haat laten gaan. Een vreselijke storm raast door mijn hoofd. Een storm die ik liever laat afzakken dan dat ik hem deel. Ik wil niemand die pijn en die angst laten voelen, die in mij huist. Liever laat ik mensen de zon en de warmte zien, dat de stevige onweersbuien en stormen die mijn gedachten met regelmaat teisteren. Maar nu wil Meneer weten dat wat er aan de hand is. En ik heb hem beloofd dat ik alles met Hem zou delen. Dus het antwoord op Zijn vraag zal ik moeten geven. Nog een keer haal ik heel diep adem. 

 

“Meneer weet U nog dat ik een tijdje terug zo laat thuis kwam? Dat U niet wist waar ik was. Daar heeft dit alles mee te maken. En daarom ben ik zo bang dat U boos op me gaat worden. Die middag was ik gaan wandelen. Het was prachtig weer. Ik had broodjes meegenomen en was richting kinderboerderij gegaan. Ik kan daar altijd zo genieten. Maar ben daar nooit aangekomen. Onderweg naar de kinderboerderij kwam ik hem tegen. We hebben een tijdje gepraat op straat. En toen vroeg hij of ik even mee wilde lopen. En aangezien we alweer even contact hadden vanwege zijn proces, dacht ik dat het wel kon. We gingen een pand binnen. Alles was nog vriendelijk. Maar zodra de deur dicht ging draaide hij deze ook op slot. En toen gebeurde het. Het staat nog steeds op mijn netvlies. Dat gevoel van toen zit nog steeds diep in mij en is sterk aanwezig. Hij greep me bij mijn haar. Dreef me een hoek in. Duwde me omlaag zodat ik op mijn knieën moest gaan zitten. En duwde toen met grof geweld zijn pik heel diep bij me naar binnen. Ik heb geprobeerd hem weg te duwen. Maar hij duwde me tegen de muur aan. Ik kon geen kant op. Hij ging net zo lang door totdat hij luid kreunend klaarkwam. En daarna is hij gewoon vertrokken. Hij heeft me gewoon verkracht. En ik, ik was zo bang. IK durfde het pand niet uit te gaan. Bang dat iemand kon zien wat ik daar gedaan had. En daarom was ik ook zo laat thuis. Ik heb gewacht totdat het donker was. En toen heel snel naar huis gerend. U wilde me knuffelen dat ik thuis kwam. Maar ik duwde U weg. Bang dat U kon ruiken dat ik bij een andere man was geweest. Bang dat U zou denken dat ik U niet trouw ben. En die angst draag ik nu dagelijks met me mee. Hoop dat U niet boos op me bent. Ik zou me geen raad weten als ik U kwijt raak. Maar deze angst maakt me ook kapot. Ik wil niet dat er iets tussen ons in staat. Maar nu op dit moment voel ik paniek, en die paniek groeit. Ik voel me zo vies, dom en klein. Kon ik maar wegkruipen zodat niemand me meer zag of kon vinden”

 

Tranen vloeien in grote getalen over mijn wangen. Mijn hoofd bonkt. Mijn hartslag zit heel hoog. Me angstige ogen kijk ik Meneer aan. En dan zie ik ook in Zijn ogen de tranen. Het is stil. Meneer trekt me heel strak tegen zich aan en huilt. Lang bleef het stil. Maar toen ging Zijn hand weer door mijn haar, kuste hij mij voorhoofd en keek me aan.

 

“Dank je wel meisje voor het delen van jouw angst en paniek. Dat moet echt vreselijk zijn geweest. En ik snap dat je het niet durfde te delen. Maar jij deed daar niets fout. Ik ben absoluut niet boos op jou. Ik voel je angst en verdriet. Maar ik voel ook boosheid. Die boosheid heb ik nu ook. En nee niet naar jou toe maar naar hem. Hoe durft hij je dit aan te doen. En dat terwijl hij jouw hulp gevraagd heeft. Ik wil niet dat je hem die hulp nog gaat bieden. Jij kunt zelf alle hulp nu gebruiken. Morgenochtend bel ik zijn therapeut. En zal ik haar ook dit verhaal meegeven. Eigenlijk zouden we hem moeten aangeven bij de politie. Ik vind het heel erg wat er is gebeurd. Meisje die angst die je voelt naar mij toe, de angst om me kwijt te raken moet je loslaten. Jij raakt me niet kwijt. Ik voel me juist nu nog dichter bij je staan.”

 

Meneer staat op en pakt mijn hand vast. En neemt me mee richting de douche. Daar hebben we in alle stilte, en met de nodige tranen, elkaar gewassen. De warme stralen uit de douche spoelde de zilte zoute tranen weg. Verstrengeld in elkaar, genieten van de warmte van het water, kwamen we samen weer tot rust. Na die douche zijn we op bed gekropen en tegen elkaar aan in slaap gevallen totdat het licht van de volgende ochtend ons weer wekte. 

 

Meneer nam zijn telefoon van tafel. Pakte het kaartje van de therapeut en belde….

©2020 By kleintje

Naar deel 18 van het Spiegel verhaal –> Sterk

Pagina delen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar boven