Krachtig, maar kwetsbaar

Nog 1 nacht <– Naar deel 19 van het Spiegel verhaal.

Krachtig, maar kwetsbaar

De afgelopen nacht was er eentje met veel onrust. Ieder naar moment is voorbij gekomen. Zwetend van angst werd ik wakker. Na verloop viel ik wel weer in slaap. Om vervolgens toch weer die angst in mijn lijf te voelen en weer te baden in het zweet. Al heel vroeg die ochtend ben ik daardoor uit mijn bed gestapt. Heel zachtjes ben ik de slaapkamer uit geslopen. 

Die ochtend in de vroegte ben ik voor de spiegel gaan zitten. Om daar in de spiegel te zoeken naar het meisje wat zo gelukkig was en is met haar Meneer. En wanneer ik heel goed kijk zie ik haar ook wel maar ze huilt. Er ligt een last op haar schouders die er nodig vanaf moet. 


Niet veel later komt Meneer achter me zitten en slaat Zijn armen om me heen. 

“Zie je dat prachtige meisje daar? … Zie je haar?”

 

Meneer kijkt me aan in de spiegel. Ik knik, maar mijn waterige ogen vertroebelen mijn zicht.

 

“ Ze is zo mooi, zo sterk en ook zo dapper. Ik ben zo trots op haar. Ze werkt zo hard om dit alles te boven te komen. Ik weet dat je wat anders ziet dan ik maar laat me je helpen. Kijk naar dat meisje in de spiegel? Omarm haar, knuffel haar, geef haar al je liefde. Vertel haar vanaf vandaag een ander verhaal. Een verhaal van liefde, een verhaal van vergeving, een verhaal van verlossing. Dat wat ze zo nodig heeft. En meisje ik weet dat je dat kunt. Ook al voelt het nu misschien alsof de aarde onder je voeten verdwijnt. Je bent diepgeworteld, je blijft echt wel staan. En al voelt dat voor nu anders. Weet dat ik je blijf steunen zodat je stevig blijft staan. Zodat die wortels zich weer extra kunnen verankeren. Meisje, jij bent zo sterk. Ik houd van jou. Dat zal altijd zo blijven.”

 

Meneer staat op en reikt me Zijn hand.

 

“Kom lieverd, we gaan ontbijten. En ons daarna klaar maken voor deze ochtend. Ga jij zo maar lekker zitten aan de tafel. Ik zal de koffie zetten. En pak ook je ontbijt.”

 

Ik sta op en loop samen met Meneer naar beneden. In de serre zie je de zon al stralen. Ik ga aan tafel zitten. Er klinkt al fijne muziek. Al snel is Meneer er met de koffie en een heerlijke kom met kwark en verse aardbeien. Even laat ik alles los en geniet van mijn ontbijt en de sprankelende ogen van Meneer. Hij straalt als Hij naar me kijkt en dat sterkt me. 

 

Vandaag zal het een moeilijke dag worden. En ook al had ik het liever niet gehad. Het geeft me de kans om mijn gevoelens eens te spuien naar degene die het me allemaal heeft aangedaan. Misschien had ik het zelf eerder kunnen stoppen, had ik eerder weg moeten gaan. Maar die kracht was er toen niet. Die kracht werd me door bedreigingen ontnomen. Maar vandaag is dat anders. Vandaag mag hij dealen met mijn gevoelens, mijn haat naar hem, mijn pijn. En dat ik dat mag doen vandaag geeft me kracht.

 

Na het ontbijt ga ik douchen en kleed me aan. Meneer heeft me opgedragen iets aan te doen waarin ik me veilig en krachtig voel. Ik kleed me daarom in een broek, blouse en een jasje. Met daaronder hakken. Ik steek mijn haar op. En mijn make-up is ingetogen. Hierin voel ik me sterk, zakelijk en afstandelijk naar hem, dat monster. Hierin kan ik mijn verhaal doen zonder me verbonden te voelen. Wanneer ik naar beneden loop en Meneer mij ziet, knikt Hij goedkeurend.

 

“Goed zo meisje, je straalt kracht uit. Heel goed gedaan.”

 

Hij slaat een arm om me heen en kust me in mijn haar. Samen lopen we door naar de auto. Om 10 uur zouden we bij de therapeut zijn. In de auto voel ik de spanning oplopen, maar echt zenuwachtig word ik niet. Al snel zijn we in de stad. We parkeren bij de therapeut voor de praktijk. Wanneer we binnenkomen zie ik hem al zitten, maar ik laat me niet van de wijs brengen. Ik ga recht tegenover hem zitten. Zoek geen oogcontact maar ontwijk hem ook zeker niet. Meneer gaat op de stoel naast me zitten. Al snel komt ook de therapeut binnen. 

 

“Goedemorgen” 

 

Haar stem klinkt vriendelijk. Ze schenkt koffie voor ons in en komt ook aan tafel zitten. Even wendt ze zich tot mij alleen en laat me weten dat ik mijn verhaal mag beginnen zodra ik daaraan toe ben. Meneer pakt onder de tafel even mijn hand vast. Knijpt even in mijn hand en knikt.

 

“Meisje, je kunt het. Laat hem maar weten hoe jij je voelt, gevoeld hebt en wat hij je heeft aangedaan. Het mag en kan vandaag. Niemand zal je in de reden gaan vallen. Alle tijd is voor jou.”

 

Nog even drink ik rustig mijn koffie op. En vraag om een glas water alvorens ik mijn verhaal start. Maar na een glas water, stromen mijn woorden als vanzelf.

 

“Weet je wat jij met mij gedaan hebt? Weet je wat je me daarmee aangedaan hebt? Wat je veroorzaakt hebt? Nee vast niet. Maar daarom zit ik hier vandaag om jou dat eens te vertellen. Want het scheelde niet veel of je had me helemaal gebroken. Maar dankzij deze man, mijn lieve Meneer sta ik nog rechtop. Niet dankzij jou.”

 

Even adem ik diep in.

 

“In het begin van onze relatie was alles nog zo leuk. Maar zodra ik bij jou introk veranderde dat. Ineens kwam er een monster tevoorschijn. Een monster dat gevoed werd door zijn genoegens, zijn verslavingen. Die verslavingen zorgde er voor dat jij in korte tijd al je spaargeld er doorheen joeg. Dat jij je baan kwijt raakte. Maar ook dat jij mij ging gebruiken om jouw verslavingen te bekostigen. Ik moest de vreselijkste dingen voor je en van je doen. Je liet me alle hoeken van de kamer zien, zowel geestelijk als lichamelijk. En ontnam mij ook elk pleziertje. Want de pleziertjes waren alleen voor jou. Nee niet voor mij. Ik die jou vriendin was, werd jouw gebruiksvoorwerp. Je stuurde me naar mannen toe om me te laten gebruiken voor geld. soms wel 10 tot 12 per dag. En het maakte je ook niet uit wat voor mannen, als je maar al het geld kreeg. Zelfs geld voor de bus kreeg ik niet. En gaf ik daarna mijn verdiende geld aan je af, kreeg ik ook nog eens de nodige klappen te verwerken van je. Werd ik uitgescholden als hoer en vies vet varken, om vervolgens een sopemmer in mijn handen geduwd te krijgen en het huis mocht gaan schoonmaken. Terwijl ik dat deed, zoop jij jezelf vol met drank en schoof de nodige drugs je lijf binnen. Hoe ik me voelde interesseerde je geen ene meter. Wat voelde ik me vies. Je liet me dingen doen die het daglicht niet konden verdragen. De pijn die je me aan hebt gedaan is onbeschrijfelijk. En als het kon had ik je dat wel willen laten voelen. Maar dat kan ik niet. Puur omdat ik mezelf niet zo laag wil laten zinken als hoe jij je naar mij toe hebt gedragen. En dan vraag je mij ook nog eens om hulp. Hoe durf je! Je bent een eikel, een monster … het monster uit mijn verleden. Want wanneer ik uit de situatie wilde stappen, hulp voor mezelf wilde zoeken, ging jij dreigen. Dreigde je mijn familie en mijn vrienden de ergste dingen aan te doen. Uit angst bleef ik dat toch maar.  En nu denk jij dat ik je hulp ga aanbieden. Dit, mijn verhaal is het enige wat je van mij krijgt. Verder helemaal niets. Zelfs enkele weken terug, in die oude schuur, verkrachtte je me gewoon weer. Liet ik me uit angst in een hoek drijven zodat jij je goddelijke gang kon gaan. Hufter, gore hufter. Waar haal je dat lef vandaan. Ik ben helemaal niets van jou en zal dat ook nooit meer zijn.”

Wanneer ik hier zo de kamer uitloop en de deur sluit. Sluit ik ook de deur van mijn verleden, de deur die jou met mij verbindt. IK draai het op slot om het nooit, maar dan ook nooit meer te openen. Die kracht gun ik jou nooit meer.”

 

Ik pak mijn glas water en neem een aantal slokken. Tegenover mij zit hij dat monster. Hij luistert en zegt niets. En wanneer ik goed naar hem kijk zie ik een man die heel klein is, en steeds kleiner wordt. Maar ik blijf in mijn kracht en schenk hem zeker niet mijn medelijden. In plaats van dat medelijden, sta ik op. 

 

“Ik wens je heel veel kracht om hier ook sterker uit te komen. En  hoop ook dat je niemand anders dit ooit aan zal doen. Hier scheiden onze wegen zich voorgoed. Dit is de laatste keer dat je mij ziet. Tenzij je ooit weer de fout in gaat.”

 

Daarna wendt ik me naar de therapeut en bedank ik haar voor deze ochtend en de geboden kans. Meneer geeft me een hand, en samen zijn we de deur uit gelopen. Dat ik door de deur was ben ik omgedraaid en heb de deur daar ook echt zelf in het slot gedaan en voorgoed afgesloten. 

 

Eenmaal terug in de auto beginnen mijn tranen te lopen. Tranen van verlossing, tranen van kwetsbaarheid, maar ook zeker van kracht. En ze mogen er zijn allemaal. Ik heb mijn verhaal gedaan. Ik was sterk, maar ook zo kwetsbaar. 

 

Meneer start de auto. Pakt mijn hand vast. En in stilte rijden we verder naar huis.

©2020 By kleintje

Naar deel 21 van het Spiegel verhaal –> Vrijheid

Pagina delen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar boven